Dominiek Lootens

Home » Posts tagged 'onderwijs'

Tag Archives: onderwijs

1 op 5 Brusselse schoolverlaters na een jaar nog steeds niet aan het werk

Zowat 20 procent van de Brusselse schoolverlaters in 2015 waren een jaar later nog steeds als niet-werkende werkzoekende ingeschreven bij Actiris. Dat blijkt uit cijfers die Brussels Vlaams Belang fractievoorzitter Dominiek Lootens verzamelde. Dat ligt iets hoger dan in de rest van Vlaanderen, waar het cijfer rond de 15% schommelt.

In 2015 openden 6.242 schoolverlaters een dossier als ‘werkzoekende’ bij Actiris. Iets meer dan 95% onder hen (5.946) waren Franstaligen (taal van het dossier bij Actiris). Het overgrote deel van die schoolverlaters had minstens een diploma middelbaar onderwijs op zak (84%).

actirisDik 16% van de schoolverlaters (1.017) trok de schoolpoort achter zich toe zonder diploma van hoger secundair onderwijs.  Opgesplitst per taalrol waren 16.46% van de Franstalige schoolverlaters in dat geval, tegenover 12.84% van de Nederlandstalige.

Eén jaar later bleken nog 20.36% onder hen bij Actiris ingeschreven te staan. Uit een analyse blijkt dat hoe lager het diploma is, hoe minder kans men heeft om binnen het jaar op de arbeidsmarkt terecht te komen. Ook hebben Franstaligen het duidelijk moeilijker om binnen het jaar een job te vinden dan Nederlandstaligen. De meer dan gebrekkige tweetaligheid van heel wat Franstalige schoolverlaters is daar ongetwijfeld niet geheel vreemd aan, en toont opnieuw aan dat het Franstalig onderwijs in Brussel nog een zeer lange weg heeft af te leggen.

Van de 1.271 schoolverlaters die na een jaar nog ingeschreven stonden bij Actiris was 97.25 % Franstalig, 2.75% Nederlandstalig.  Of anders berekend: 20.79% van de Franstalige schoolverlaters waren na een jaar nog steeds niet aan de slag, tegenover 11.82% van de Nederlandstalige schoolverlaters.

Opgesplitst per diploma en per taalrol – schoolverlaters 2015 na één jaar nog steeds ingeschreven bij Actiris.

Geen diploma hoger middelbaar onderwijs – Franstalig : 24.82%

Geen diploma hoger middelbaar onderwijs – Nederlandstalig : 21.05%

Diploma hoger middelbaar onderwijs – Franstalig : 22.94%

Diploma hoger middelbaar onderwijs – Nederlandstalig : 8.8%

Diploma hoger onderwijs – Franstalig : 16.42%

Diploma hoger onderwijs – Nederlandstalig : 9.20%

 

Onder de zowat 20% schoolverlaters die na een jaar nog steeds werkzoekende zijn, zijn er uiteraard met een beperkte werkervaring in dat jaar (een job voor een beperkte duur, werkte één of meerdere keren voor een uitzendkantoor of was op een andere wijze gedurende een bepaalde tijd op de arbeidsmarkt actief). De groep ‘zonder werkervaring’ vormt de harde kern van de schoolverlatersproblematiek. In Brussel ging het voor de schoolverlaters 2015 toch nog om 14.5 % (14.9% bij de Franstaligen, 8.4% bij de Nederlandstaligen). In de rest van Vlaanderen zit dit cijfer rond de 4%!

Schoolverlaters die 1 jaar na het verlaten van de school nog steeds werkzoekend zijn en in dat jaar geen werkervaring hebben opgedaan, hebben de aansluiting met de arbeidsmarkt compleet gemist. Deze jongeren moeten intensief begeleid worden om te vermijden dat zij zouden wegzinken in de langdurige werkloosheid. Het Vlaams Belang vraagt dan ook dat de Brusselse Hoofdstedelijke Regering op dat vlak de inspanningen zou verhogen.

 

 

Cijfers: Antwoord van minister Didier Gosuin op schriftelijke vraag nr. 866 van Brussels Volksvertegenwoordiger Dominiek Lootens (Vlaams Belang)

Brusselse school schaft Moederdag af: politiek-correcte dwaasheid in het kwadraat!

moederdagVier dagen voor moederdag kregen ouders van kinderen van de Singelijn-school in het Brusselse Sint-Lambrechts-Woluwe een brief mee waarin gemeld werd dat de kinderen op school niet langer moederdag en vaderdag zullen vieren door het knutselen van cadeautjes.  Want, zo stelt de school, in de school zitten ook kinderen van andere culturen waar moederdag niet gevierd wordt.

Ten zoveelste male worden onze tradities geofferd op het altaar van de politiek-correcte nonsens.  Anno 2017 stellen we vast dat in Brussel een Kerstmarkt omgedoopt wordt tot ‘Winterpret’, dat Sinterklaas er met zijn Zwarte Pieten niet langer welkom is, dat halaleten in scholen meer regel dan uitzondering is (ook in de Singelijn-school is het trouwens tevergeefs zoeken naar varkensvlees op het menu), en dat het begin van het nieuwe schooljaar maar moet worden uitgesteld omwille van een islamitische feestdag.  En nu moeten ook moederdag en vaderdag er aan geloven.

Dat alles staat dan in schril contrast met het feit dat er in Brussel wél belastinggeld wordt vrijgemaakt om via een heus festival de ramadan te promoten. Nog even en de integratie en inburgering van de autochtone Brusselaar in de islamitische samenleving kan worden afgerond. Wanneer zelfs de vroegere profeten van de multicultuur (zoals Karel de Gucht) nu stellen dat de integratie totaal mislukt is, moeten we niet ver gaan zoeken naar de oorzaken.  Het Vlaams Belang stelt opnieuw vast dat ‘respect’ namelijk een eenrichtingsstraatje blijkt te zijn waarbij de Brusselaar zich in eigen stad willens nillens dient aan te passen aan andere culturen, op straffe van ‘racist’ te zijn.

Het Vlaams Belang wenst alle mama’s alvast een prettige Moederdag, nu zondag. Liefst mét leuke, zelfgeknutselde geschenkjes van hun kleine spruiten.

Daarom zal de Brusselse Vlaams Belang-afdeling deze namiddag aan een Brusselse basisschool bloemen uitdelen aan de aanwezige mama’s.

Nieuw inschrijvingssysteem Nederlandstalig onderwijs Brussel: van de regen in de drup

onderwijs NVan de regen in de drup: anders kan je het nieuwe inschrijvingssysteem voor het Nederlandstalig onderwijs in Brussel niet noemen. Het inbelsysteem van eerst komt, eerst maalt wordt vervangen door een loting, omdat de populairste scholen soms reeds na drie, vier seconden al helemaal vol zaten.

Volgend jaar, voor de inschrijvingen 2018-2019, wordt de tijdsregistratie dus vervangen door een loterij tussen alle leerlingen die geregistreerd werden. Een systeem dat op geen enkele manier een verbetering is voor de ouders en de leerlingen. In tegendeel: de onzekerheid voor ouders en leerlingen wordt er enkel maar groter op, omdat men nu helemaal niets meer zelf in de hand heeft.

Naast een significante capaciteitsuitbreiding is er maar één enkele manier om de Vlaams-Brusselse leerlingen op een bevredigende manier ingeschreven te krijgen in de school van hun keuze, en dat is het eindelijk invoeren van een absoluut voorrangsbeleid voor Nederlandstalige leerlingen in het Nederlandstalig onderwijs.

Dat absolute voorrangsbeleid heeft daarnaast ook nog eens het voordeel dat het de kwaliteit van het onderwijs in onze scholen drastisch zal laten toenemen : de aanwezigheid van een te groot aandeel zo goed als Nederlandsonkundige leerlingen is een rem op de ontwikkeling van de andere leerlingen in de klas, zo blijkt uit vorige PISA-rapporten. Enkel zo kunnen we er voor zorgen dat ieder Nederlandstalig kind in de hoofdstad van Vlaanderen de onderwijskwaliteit krijgt waar het recht op heeft.

Kortom : enkel een stevige rem op de aanwezigheid van nederlandsonkundigen of quasi-nederlandsonkundigen, gecombineerd met een absoluut en niet-restrictief voorrangsbeleid voor Brusselse Vlamingen, kan ons onderwijs uit het slop halen. Alle andere opties zijn hoogstens wat doekjes voor het bloeden.

Het Vlaams Belang bereidt daarom in de Vlaamse Gemeenschapscommissie een ruimer initiatief met betrekking tot deze problematiek voor.

Geen verbod op ongezond vlees van onverdoofd geslachte dieren in onze scholen. Ook Groen en N-VA weigeren voorstel te steunen

ons-gedacht-onverdoofd-slachten

Als het van o.m. Groen en N-VA afhangt zien we dit beeld de komende jaren nog meer 

Uit een rondvraag die het Vlaams Belang jaren geleden deed bij de Vlaams-Brusselse scholen bleek dat in heel wat scholen ook halalvoedsel wordt geserveerd. Zowat vijf jaar geleden serveerde trouwens reeds meer dan 10% van de Vlaamse scholen in Brussel enkel en alleen halalvlees – dus ook aan kinderen die helemaal niet islamitisch zijn.  Dat halalvoedsel is vaak afkomstig van dieren die onverdoofd werden afgeslacht.

Vooreerst zijn er natuurlijk de morele bezwaren die men kan opperen tegen deze manier van slachten, waarbij dieren nodeloos aan pijn en stress worden onderworpen. Uit een rondvraag van IPSOS bleek 88% van de inwoners in dit land tegen het onverdoofd slachten te zijn; en zelfs bij moslims is twee derde niet gekant tegen het verdoofd slachten. Maar naast de bezwaren die men kan uiten vanuit moreel oogpunt,  zijn er ook belangrijke gezondheidsproblemen bij deze manier van slachten.  Dit bleek enkele jaren geleden reeds uit de documentaire “La vérité si je mange” van de Franse zender France 5.

Overeenkomstig de wettelijke voorschriften van de EU dient de slachting plaats te vinden na de verdoving van het dier. Daarbij moet het hoofd van het dier naar beneden gericht te zijn, waarbij de slokdarm correct afgebonden moet worden. Er bestaat echter één uitzondering op deze EU-voorschriften, en dat is dus voor rituele slachtingen.

Een rapport van deskundigen, waarin de gezondheidsrisico´s in verband met rituele slachtingen werden genoemd, had onlangs al veel aandacht gekregen. Er wordt benadrukt, dat “het feit, dat men bij deze slachtmethode in feite niet in staat is de slokdarm van het dier af te binden zeer schadelijk voor de gezondheid van het slachtproduct is. De maaginhoud van het geslachte dier stroomt door de slokdarm terug en komt terecht in de anatomisch direct aangrenzende luchtpijp. Het gestreste dier ademt ondertussen sterk door en transporteert de maaginhoud, die rijk is aan allerlei kiemen, naar de longen. Daar kunnen de ziekteverwekkers gemakkelijk in het bloed terechtkomen. De doorbloeding wordt in de doodsstrijd bovendien nog bevorderd door alle belangrijke organen van bloed te voorzien, zodoende verspreidt het besmette bloed zich in het hele lichaam. Afgezien daarvan veroorzaakt de stress van de overlevingsstrijd heftige krampen, die ertoe leiden, dat het hele slachtgebied door urine en fecaliën verontreinigd wordt. Van slachthygiëne kan dus geen sprake zijn.”

In bovenvernoemde documentaire op de Franse televisie mocht ook de gerespecteerde toxicoloog Jean-Louis Thillier zijn zeg doen. Thillier is niet van de minste : hij is auteur van talrijke werken over voedselveiligheid en is tevens ook directeur of voorzitter van Euroscience Consulting. Thillier gaf over het onverdoofd slachten de volgende commentaar: “Deze toename van de besmetting van gehakt door Escherichia coli (bacteriën, die dodelijk kunnen zijn) houdt volgens mij verband met de toenemende consumptie van halal- respectievelijk koosjer vlees […], omdat dit zoveel bacteriën bevat, die voor de mens dodelijk kunnen zijn.” Ieder jaar sterven er in referentieland Frankrijk meer dan 100 kinderen aan de gevolgen van vergiftigingen door gehakt.

Zowel uit morele overwegingen (de praktijk van het onverdoofd slachten op zich) als uit gezondheidsoverwegingen is het dus onaanvaardbaar dat we in onze scholen dit soort voedsel aan onze kinderen zouden serveren.

Daarenboven zou een verbod op dit soort van voedsel in onze scholen op geen enkele wijze de godsdienstbeleving van islamitische kinderen in het gedrang brengen. Het argument van godsdienstvrijheid gaat helemaal niet op in dit debat – en is sowieso per definitie ondergeschikt aan het argument van de volksgezondheid en de gezondheid van onze schoolgaande jeugd.

Daarom diende het Vlaams Belang in de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie een motie in waarin gepleit werd om in onze scholen een verbod in te stellen op het serveren van vlees, afkomstig van onverdoofd afgeslachte dieren.

Dierenliefhebbers én mensen die inzitten met de gezondheid van onze kinderen mogen het weten:

– CD&V, Span Open VLD en Groen stemden tegen het voorstel

– N-VA was zoals steeds te laf om duidelijk standpunt in te nemen, en onthield zich

– Enkel en alleen het Vlaams Belang stemde voor het voorstel

Beleidsverklaring VGC :Brusselse Vlamingen derderangsburgers

vgcraadDe jaarlijkse beleidsverklaring van het College van de Vlaamse Gemeenschapscommissie was dit jaar werkelijk bedroevend.Bij mijn weten heeft geen enkel voorgaand College het ooit zo bont gemaakt, en zo een wanbeleid gevoerd naar de Nederlandstaligen in deze stad toe. Nooit voorheen is de totale onwil én de totale onmacht van een VGC-college zo frappant gebleken als nu. Nooit voorheen werd de oikofobie zo in het VGC-beleid verankerd, als vandaag.

Een onwil en onmacht die al blijkt uit het nochtans zoals steeds door het College luid bejubelde onderwijsverhaal. Een College dat zich blind staart op cijfertjes maar vergeet dat heel wat Brusselse Vlamingen uit de onderwijsboot vallen omdat er nu eenmaal een manifeste onwil bestaat om voor hen een degelijke voorrangsregeling uit te werken.  Als ik lees dat het College blijft “bouwen met talent, zodat ELK kind en ELKE jongere kan genieten van kwaliteitsvol onderwijs” kan ik enkel plaatsvervangende schaamte voelen. Kwaliteitsvol onderwijs is, ondanks de torenhoge inzet en motivatie van de talloze leerkrachten, helaas niet mogelijk in een klas waar het leeuwendeel van de leerlingen nauwelijks een gebenedijd woord Nederlands begrijpt. Een nieuw logo en een N-bordje aan de gevel zullen daar geen jota aan veranderen.

Hetzelfde troosteloze verhaal ook in de zorgsector. Ook daar een “alles gaat goed” verhaal over de Brusselaar die beroep kan doen op een breed en divers Nederlandstalig aanbod. De realiteit is echter dat het in Brussel met een vergrootglas zoeken is naar pakweg een Nederlandstalige huisarts, en dat in de instellingen die tweetalig zouden moeten zijn de Nederlandstaligen niet eens in hun eigen taal kunnen geholpen worden. In de Irisziekenhuizen kan je als Tutsi, Turk of Tsjetsjeen beroep doen op tolken, maar als Vlaming, als Nederlandstalige moet je er maar Frans praten of ophoepelen. Zelfs Vlamingen van buiten het hoofdstedelijk gewest die zich naar een Irisziekenhuis begeven krijgen later op hun adres in Vlaanderen  hun factuur enkel en alleen in het Frans opgestuurd. En opnieuw moeten we de vraag stellen: wat doet de VGC hier aan? Op welke manier zet het College zich in om hier eindelijk paal en perk aan te stellen? Op welke manier verdedigt dit College de belangen van de Brusselse Vlamingen? Het antwoord is helaas opnieuw: “niet”. Men laat begaan. Een regelrechte schande!

En intussen laat de Brusselse minister-voorzitter maar ballonnetjes op  om te morrelen aan de 17 Vlaamse verkozenen van het hoofdstedelijk parlement. Op zich weinig verrassend natuurlijk, want hij heeft reeds meermaals aangegeven geen minister-president te willen zijn voor de Brusselse Vlamingen. Maar opnieuw stellen we vast dat het VGC-College er naar staat te gapen als een koe naar een trein. Er kwam geen enkele reactie vanuit het VGC- College. Blijkbaar mag, kan of wil dit College haar francofone broodheren niet tegen spreken.

Dat verklaart ook direct waarom 50 jaar na datum de taalwetten in deze stad nog steeds dag na dag, week na week verkracht worden. Wie de jaarlijkse rapporten van de Brusselse vice-gouverneur er op naslaat kan niet anders dan vaststellen dat de taalwet in Brussel nog minder is dan een vodje papier. En dat de Nederlandstaligen in de openbare dienstverlening dus nog minder zijn dan tweederangsburgers.

En ja, ook hier horen we enkel maar de oorverdovende stilte vanuit het College. Geen enkel initiatief wordt genomen om hier verandering in te brengen. Het mag niet en het zal niet, zo beslissen de francofone broodheren in dit gewest.

Meer nog: over die schandalige taalwetsovertredingen mag niet eens gesproken worden. Ik herinner maar aan de discussienota die ik vorig jaar hierover indiende. Van partijen als Groen en SPa verwacht ik niets anders natuurlijk, hun eerste Vlaamse reflex moet nog altijd geboren worden. Maar ook Open VLD en de CD&V buigen slaafs voor de francofone dictaten, en verbieden ieder debat over de taalwetgeving. En wanneer de laatste Brusselse Vlaming binnenkort het licht uit doet zullen ze het uiteraard “nicht gewusst haben”.

Vooral de houding van Open VLD is in dit hele dossier meer dan bedenkelijk te noemen. Zo wijdde het tijdschrift “De Brusselse Post” afgelopen zomer een nummer aan 50 jaar taalwetgeving, waarbij iedere partij uit de VGC naar haar standpunten werd gevraagd. Nu is het zo dat De Brusselse Post een blad is van het Vlaams Komitee voor Brussel – een vzw die vrijwillig doet wat eigenlijk de verdomde plicht is van dit College: namelijk het verdedigen van de belangen van de Brusselse Vlamingen. Maar wat durft de Open VLD zeggen: dat die Vlamingen die die onverkort blijven ijveren voor niets meer dan het toepassen van de wet mensen met een enge geest zijn.

En dat vat inderdaad de politieke visie van heel dit College samen: wie op wil komen voor de belangen van de Brusselse Vlamingen, wie nog maar durft te ijveren voor de correcte toepassing van de wet, is een extremist en moet monddood gemaakt worden.

Men zegt wel eens dat een volk de leiders heeft die het verdient. Maar ik weiger te geloven dat een volk ooit zo slecht kan zijn dat het moet opgescheept worden met het huidige VGC-college.

 

http://www.bruzz.be/nl/video/reacties-vgc-beleidsverklaring-mist-visie

Ramadan: jonge leerlingen in Vlaams-Brusselse scholen radicaliseren

DL3Afgelopen vrijdag interpelleerde ik in de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie Collegevoorzitter Vanhengel over het feit dat heel wat jonge leerlingen in onze Vlaams-Brusselse scholen fanatiek meedoen met de ramadan. Hier mijn tussenkomst en de antwoorden van Collegevoorzitter Vanhengel :

De heer Dominiek Lootens-Stael: De Brusselse scholen van het Gemeenschapsonderwijs krijgen dit jaar “voor het eerst” te maken met jonge kinderen die zich streng religieus opstellen tijdens de ramadan, aldus de algemeen directeur van de scholengroep. Ik had daarover ook een actualiteitsvraag met een andere invalshoek in de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie ingediend. Commissievoorzitter Charles Picqué had die eerst geweigerd. Hij zei dat dit allemaal niet nieuw is. Hij lachte daar zelfs een beetje mee, alsof het gaat om een algemeen bekend gegeven. Voor voorzitter Charles Picqué bestaat dat probleem blijkbaar al heel lang. De heer Van Damme had er ook nog nooit over gehoord. In het Nederlandstalig gemeenschapsonderwijs had men er tot dit jaar blijkbaar ook nog niet mee te maken gehad. Dit is voor hen blijkbaar nieuw.

Concreet gaat het om lagere schoolkinderen die weigeren mee te gaan naar de zwemles omdat ze geen slok water willen binnenkrijgen of om leerlingen uit de eerste jaren van het secundair die weigeren deel te nemen aan de muziekklas omdat ze muziek en zingen als haram beschouwen. “Ze zijn bang dat de duivel in de klas zou verschijnen”, lezen we in de krant De Standaard. Die verklaring gaf ook de directeur van het Go!

Volgens de algemeen directeur van het Go!, op VRT in ‘De Ochtend’ van 10 juni 2016, gaat het om fundamentalistische prietpraat waar de jongeren aan blootgesteld en door geïndoctrineerd worden, niet zozeer via de ouders maar “via schimmige koranschooltjes, vzw’s waarvan niemand weet wat er gepredikt wordt.” Het fenomeen doet zich voornamelijk voor in Schaarbeek, Sint-Jans-Molenbeek en Anderlecht. Daarnaast stellen de scholen vast dat zeker bij kinderen van tien tot elf jaar die meedoen aan de ramadan nefast blijkt te zijn voor hun schoolresultaten tijdens de examenperiode. Daarover verscheen op 28 juni 2016 nog een stuk in La Capitale. De Franstalige scholen die met dat probleem werden geconfronteerd, gingen daarover de dialoog aan met de leerlingen zelf.

Gaan de scholen in op de verzuchtingen van die leerlingen of moeten ze de lessen toch volgen?Op welke manier proberen de scholen daarover in dialoog te treden met de ouders van de kinderen? Gaan ze net zoals de Franstalige scholen daarover de dialoog aan met de leerlingen zelf? Intussen weten we deels om welke koranscholen het zou gaan: El Amal, Al Najah en Al Khariah. Op welke manier waarschuwt de school voor die personen en instellingen?Worden de dossiers doorgegeven aan de bevoegde instanties die instaan voor de strijd tegen de radicalisering? Op welke manier wordt het aanspreekpunt deradicalisering voor het onderwijs daarbij betrokken?

Collegevoorzitter Guy Vanhengel: Ik heb de Scholengroep Brussel gecontacteerd om meer duiding te krijgen bij deze situatie.

Tijdens de eerste dagen van de ramadan werd de algemeen directeur van Scholengroep Brussel van het GO!, de heer Jacky Goris, op de hoogte gebracht van enkele opmerkelijke zaken met betrekking tot de veel striktere en meer radicale invulling van de ramadan tegenover de jaren voorheen. Het ging daarbij initieel over enkele voorvallen in 2 basisscholen en 1 atheneum in de gemeenten Anderlecht, Sint-Jans-Molenbeek en Schaarbeek.

Een basisschool berichtte dat er een kind in het 2de leerjaar was flauwgevallen, wat zijn verklaring vond in het strenge vasten. Een tweede voorval betrof een leerling uit het 6de leerjaar die verklaarde dat zijn vader imam was – hetgeen gefantaseerd bleek te zijn – en die bij andere kinderen opdringerig ging pleiten voor het respecteren van en het actief deelnemen aan de ramadan. Een ander voorval ging over 7 leerlingen van het 1ste jaar in een atheneum, die weigerden aan de muziekles deel te nemen omdat dat verboden zou zijn. Er waren ook leerlingen die niet wilden gaan zwemmen uit schrik een slok water in de mond en de maag te krijgen.

 

Voor alle duidelijkheid: Het ging dus niet over een veelheid aan voorvallen, maar vooral over een evolutie die de algemeen directeur ernstige zorgen baarde. Hij reageerde omwille van de radicalisering in de strenge – en zelfs overdreven en niet-correcte – toepassing van de vastenprincipes en de steeds jongere leeftijd van de betrokkenen. De heer Goris wilde liever niet wachten om aan de alarmbel te trekken, omdat dergelijke trend beter meteen in de kiem wordt gesmoord opdat het fenomeen zich niet verder zou uitbreiden. Eén enkel kind dat op deze manier gevaar loopt, is op zich al voldoende om in actie te komen. Dat is zijn en ook mijn overtuiging.

De Scholengroep Brussel meldt dat aan dit soort voorvallen meteen gevolg wordt gegeven. Ouders worden ter verantwoording geroepen en om tekst en uitleg gevraagd. In het geval van de atheneumstudenten werd er een bemiddelaar ingeschakeld. In geen geval wordt aan deze excessen toegegeven of worden de lessen aangepast. De studenten blijven verplicht om deel te nemen aan de muzieklessen, zo niet is puntenverlies het gevolg. Het programma dient te worden gevolgd en hiervan wordt niet afgeweken.

De contacten met de inspecteurs islamlessen zijn steeds goed verlopen en, na de verplichte infosessies over de islam die de Scholengroep voor zijn 2.700-koppig personeel organiseerde, zijn deze contacten zelfs nog intensiever geworden. Via de Moslimexecutieve werd ook een beroep gedaan op rechtsgeleerden om bepaalde absurde interpretaties inzake de vasten te ontkrachten. Deze richtlijnen werden aan de directies en leerkrachten bezorgd om hen in staat te stellen op een respectvolle, doch vastberaden en gefundeerde wijze leerlingen van antwoord te kunnen dienen. Vandaag stelt de Scholengroep met tevredenheid vast dat zowel de inspectie van het islamonderricht als de Moslimexecutieve gereageerd hebben op haar noodkreet.

 

Uit gesprekken met de betrokken ouders bleek dat zij de radicale houding van hun kinderen niet goedkeuren. De algemeen directeur van de Scholengroep verontrust zich ook zeer over de rol van het internet en van schimmige vzw’s die lessen Arabisch aanbieden, maar vaak ook dubieuze koranschooltjes verhullen. Het feit dat de ouders op deze manier de controle over hun kinderen verliezen, is niet zonder gevaar. In het verleden is al gebleken dat ronselaars net op deze subtiele wijze kinderen proberen los te weken van de ouderlijke invloedsfeer, met de bedoeling om te radicaliseren en te rekruteren. De Moslimexecutieve geeft aan geen invloed te hebben of controle te kunnen uitoefenen op deze dubieuze vzw’s.

Het was nooit de bedoeling om deze voorvallen uit te vergroten, maar wel om de alarmbel te luiden. Jonge kinderen die de ramadan volgen, is op zich een nieuw noch een typisch Brussels fenomeen. Vaak ging en gaat het ook om jonge kinderen die willen aansluiten bij het sociale gebeuren, los van extreme achtergronden.

Laat er vooral geen onduidelijkheid over bestaan: de Brusselse scholen zijn al lang met deze problematiek bezig. Heel wat directies en schoolbesturen krijgen steun vanwege de inspectie islamitische godsdienst. Zij trekken mee aan de kar om ouders en hun kinderen duidelijk te maken dat dit niet kan. Het is belangrijk dat mensen die zelf deze levensbeschouwing aanhangen, naar de scholen kunnen trekken om leerlingen met hun houding te confronteren. De ramadan mag nooit een impact hebben op de schoolcarrière van de kinderen.

Daarnaast is een participatief schoolklimaat, waarbij ouders en leerlingen betrokken worden, niet onbelangrijk. Zaken moeten bespreekbaar zijn en in dialoog treden is uitermate belangrijk.

Ook preventieve acties zijn aangewezen, waarbij scholen zeggen wat kan en wat niet kan. Dit moet natuurlijk op een constructieve wijze gebeuren, waarbij het belang van de leerlingen voorop staat, namelijk kinderen optimaal laten deelnemen aan de lessen zodat ze alle kansen hebben op een succesvolle schoolloopbaan en een succesvolle toekomst.

De heer Dominiek Lootens-Stael (Vlaams Belang): Ik stel met tevredenheid vast dat de collegevoorzitter de zaken blijkbaar wel ernstig neemt, in tegenstelling tot sommige raadsleden hier die het nuttig vinden om te schieten op de boodschapper en die vinden dat het wel voorbij zal gaan indien we erover zwijgen.

Die raadsleden zeggen dan dat het maar over een paar gevallen gaat, maar ik hoor wel dat het toch over 3 gemeenten en meerdere scholen gaat. Er doet zich bijgevolg een tendens voor die vroeger in de Vlaamse scholen niet bestond. Door de voorzitter van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement – toch iemand van de politieke familie van de heer Jef Van Damme – wordt dit echter afgedaan als “oud nieuws”.

Dit fenomeen, dat al langer bestaat, begint nu ook ingang te vinden in de Vlaamse scholen. Ik vind het dan ook nuttig dat men onmiddellijk alarm slaat. Liever zo’n reactie dan alles op zijn beloop te laten, wachten tot er ergens een bom ontploft en nadien verklaren “dat men het niet heeft zien aankomen”.

Ook de bommenleggers van 22 maart 2016 zijn trouwens naar Vlaamse scholen gegaan. Sommigen beseften dat er iets aan de hand was, maar hebben ervoor gekozen om te zwijgen.

De heer Fouad Ahidar (sp.a): We zijn allen slachtoffers van deze situatie. Men moet wel een beetje respect aan de dag leggen en stoppen met een link te leggen tussen de ramadan en het doen ontploffen van bommen. We praten hier over een probleem met de ramadan, niet over bommen.

De heer Dominiek Lootens-Stael (Vlaams Belang): Ik heb de collegevoorzitter wel horen zeggen dat ronselaars gebruik maken van schimmige vzw’s, waarnaar ook de directeur van het GO! verwees. In een aantal gevallen komt het opruien blijkbaar vanuit die vzw’s. Ik heb hem ook horen spreken over radicalisering. In tegenstelling tot mevrouw Zamouri heeft haar partijgenoot blijkbaar wel inzicht in het functioneren van dat soort zaken. Ikzelf ben een van de weinigen die dat hier op deze banken expliciet durft te zeggen.

Het klopt misschien dat het GO! en de Moslimexecutieve geen grip hebben op al die schimmige vzw’s, maar dan is het wellicht een taak voor de Staatsveiligheid om hen door te lichten. Het is ook de taak van de diverse overheden om na te gaan welke initiatieven nog mogen worden gesubsidieerd.

Ik hoop dat de collegevoorzitter de zaak met de nodige ernst blijft opvolgen, in plaats van ze, zoals anderen, te minimaliseren of onder de mat te vegen. 

  • Het incident is gesloten.

Gemeenschapsonderwijs trekt aan alarmbel: jonge kinderen tijdens ramadan geïndoctrineerd door extremisten. Vlaams Belang vraagt ernstig onderzoek

koranschoolDe Brusselse scholen van het Gemeenschapsonderwijs krijgen dit jaar  “voor het eerst” te maken met jonge kinderen die zich streng religieus opstellen tijdens de ramadan, aldus de algemeen directeur Jacky Goris van de scholengroep.

Concreet gaat het om lagere schoolkinderen die weigeren mee te gaan naar de zwemles omdat ze geen slok water willen binnenkrijgen. Of om leerlingen uit de eerste jaren van het secundair die weigeren deel te nemen aan de muziekklas muziek en zingen als haram zou zijn; en dat bij zo’n activiteiten de duivel in het klaslokaal zou verschijnen.

Volgens algemeen directeur Jacky Goris  gaat het om fundamentalistische prietpraat waar de jongeren aan blootgesteld en door geïndoctrineerd worden “via schimmige koranschooltjes, vzw’s waarvan niemand weet wat er gepredikt wordt.” Het fenomeen doet zich in Brussel voornamelijk voor in Schaarbeek, Sint-Jans-Molenbeek en Anderlecht.

Op een moment waarop het onderwijs in Vlaanderen naar eigen zeggen inzet op deradicalisering, is dit zeer verontrustend nieuws. Het Vlaams Belang dringt er dan ook op aan dat er een diepgaand onderzoek komt naar de betreffende haatpredikers, vzw’s en koranscholen; en indien het gaat om personen of instellingen die met belastinggeld gesubsidieerd worden, de subsidies per direct worden stopgezet. Daarenboven wil de partij ook nagaan of deze problematiek zich ook stelt in andere Vlaamse steden met aanzienlijke migrantenpopulaties.

Het Vlaams Belang zal hierover in het Brussels Hoofdstedelijk Parlement, de Vlaamse Gemeenschapscommissie en het Vlaams Parlement de betrokken ministers en collegeleden interpelleren.